(Bron/foto’s: Zundert Breed)
Indrukwekkende Dodenherdenking in Zundert: samen herdenken, samen verbinden
ZUNDERT – Tijdens de jaarlijkse Dodenherdenking op 4 mei heeft de gemeente Zundert op waardige en betrokken wijze stilgestaan bij alle burgers en militairen die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen.
De herdenking begon eerder op de dag met een ronde langs de oorlogsgraven en herdenkingsmonumenten in de verschillende dorpskernen. Burgemeester Joyce Vermue, samen met de wethouders, de pastoor en pastor, legde bloemen als teken van respect en blijvende herinnering.
Later op de avond vond een bijeenkomst plaats in het Van Goghkerkje in Zundert. Hier kwamen inwoners, betrokkenen en vertegenwoordigers samen voor een moment van bezinning en herdenking. De ceremonie stond in het teken van verbondenheid en het doorgeven van verhalen aan volgende generaties.
Een bijzonder en kenmerkend onderdeel van de herdenking vond plaats in Rijsbergen. Traditiegetrouw brachten hardlopers het herdenkingsvuur vanuit Zundert naar het dorp. Met dit vuur ontstak burgemeester Vermue het herdenkingsvuur, een krachtig symbool van herinnering en vrijheid.
De plechtigheid werd muzikaal omlijst door een gezamenlijk optreden van Harmonie St. Cecilia en koor Unanime, wat zorgde voor een ingetogen en respectvolle sfeer.
Met deze gezamenlijke herdenking onderstreept de gemeente Zundert het belang van blijven herinneren – niet alleen om stil te staan bij het verleden, maar ook om de waarde van vrijheid in het heden te blijven beseffen.
Foto’s op:
Toespraak Dodenherdenking 4 mei burgemeester Joyce Vermue
Lieve inwoners van de Gemeente Zundert,
Er waren tijden dat het donker was.
Niet alleen buiten, maar ook in mensen.
Toch waren er huizen waar iets bleef branden.
Een klein licht in een raam.
Een teken:
je bent niet alleen.
Soms was dat licht heel klein.
Een kaars.
Een lamp.
Een gordijn dat een beetje open bleef.
Wies en Fenna spraken er zojuist over.
Lieve mensen, dank jullie wel! Bedankt dat u met zo velen naar het herdenkingsmonument in Rijsbergen bent gekomen.
Vanavond zijn wij hier samen in Rijsbergen.
In stilte. In respect. In verbondenheid.
We herdenken de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, en van oorlogen en conflicten daarna.
Mensen die hun leven verloren.
Mensen die gemist worden.
Mensen met namen, verhalen, gezinnen.
Vrijheid vraagt om moed. Vrijheid vraagt erom begrepen te worden.
En misschien is dat niet alleen een uitspraak over het verleden.
Maar ook een vraag aan onszelf, vandaag.
Steeds vaker realiseren we ons dat de mensen die de oorlog zelf hebben meegemaakt, er straks niet meer zijn om hun verhalen te vertellen.
De stemmen die konden beschrijven hoe vrijheid stap voor stap verdween, worden stiller.
Wat blijft, zijn hun getuigenissen. Hun waarschuwingen. Hun lessen.
En daarmee ook een verantwoordelijkheid voor ons.
Want wij zijn, of we dat nu willen of niet, erfgenamen van die geschiedenis.
Niet alleen van wat er is gebeurd.
Maar ook van de vraag: hoe kon het gebeuren?
De geschiedenis leert ons dat onvrijheid zelden plotseling komt.
Ze groeit langzaam.
Niet met één grote stap.
Maar met kleine verschuivingen.
Met woorden die groepen mensen anders gaan noemen.
Met het langzaam wennen aan uitsluiting.
Met het idee dat “de ander” minder mens is dan wijzelf.
En vaak gebeurt dat niet alleen door mensen die bewust kwaad willen doen.
Maar ook door mensen die stil blijven.
Die afwachten.
Die hopen dat het hun tijd wel zal duren.
Dat mechanisme is misschien wel de meest ongemakkelijke les uit die tijd.
Ook in deze regio, in onze dorpen, speelde zich dat af.
In de grensstreek werd de oorlog niet alleen gevoeld in grote gebeurtenissen, maar juist in het dagelijks leven.
In het spanningsveld tussen angst en solidariteit.
Mensen wisten vaak niet precies wie ze konden vertrouwen.
Er was controle, toezicht, onzekerheid.
En toch gebeurde er iets anders, op onverwachte plekken.
Boerderijen waar mensen onderdak kregen.
Gezinnen die voedsel deelden, ook al was het schaars.
Smokkelroutes over de grens, waar in het donker mensen werden geholpen verder te komen.
En soms was het niets meer dan een klein signaal.
Een gordijn dat net iets eerder dichtging.
Een deur die even op een kier bleef.
Een licht dat ’s avonds bleef branden in een raam.
Een teken dat er nog menselijkheid was.
Dat iemand niet alleen was.
Dat is moeilijk te beschrijven als heldendom.
Maar het is wel moed.
Stil. Menselijk. Concreet.
Dat beeld blijft belangrijk vanavond.
Want dat licht in het raam was niet alleen praktisch.
Het was symbolisch.
Voor iemand die in angst leefde, kon het betekenen: hier mag ik even op adem komen.
Hier kijkt iemand naar mij om.
En voor degene die het licht aanstak, was het nooit zonder risico.
Toch deden mensen het.
Niet omdat ze zeker wisten dat het goed zou aflopen.
Maar omdat ze niet konden accepteren dat het anders moest zijn.
Misschien is dat wel wat moed uiteindelijk betekent:
dat je iets menselijks belangrijker vindt dan je eigen veiligheid.
Als we vandaag om ons heen kijken, zien we een wereld die opnieuw onrustig is.
De oorlogen die in verschillende delen van de wereld gaande zijn laten eens te meer zien dat vrede niet vanzelfsprekend is.
Nog breder in de wereld zien we spanning, wantrouwen en verdeeldheid.
En ook dichter bij huis voelen we soms hoe woorden harder worden.
Hoe mensen tegenover elkaar komen te staan.
Dat hoeft niet hetzelfde te zijn als toen.
En dat ís het ook niet.
Maar het vraagt wel iets van ons.
De les van het verleden zit niet alleen in de grote gebeurtenissen.
Maar ook in de kleine stappen die eraan voorafgingen.
In hoe we over elkaar praten.
In wat we normaal gaan vinden.
In of we ingrijpen wanneer iets wringt, of het laten gaan.
En misschien nog wel het belangrijkste:
of we elkaar blijven zien als mens.
Want ook toen waren de meeste mensen geen helden of daders.
Maar mensen daartussenin.
Mensen die twijfelden.
Die zwegen.
Die meedreven met de tijd waarin ze leefden.
En juist daarom is de vraag niet alleen:
“Wat zou jij hebben gedaan?”
Maar ook:
“Wat doen wij nu, in onze eigen tijd, in onze eigen omgeving?”
Weerbaarheid klinkt soms groots of abstract
Maar in de kern begint het dichtbij.
In een dorp.
In een straat.
In een gemeenschap zoals hier.
Het begint bij elkaar kennen.
Bij naar elkaar omzien.
Bij niet wegkijken als iemand buiten de groep valt.
Bij het durven zeggen: zo gaan we hier niet met elkaar om.
En bij het kleine, stille gebaar dat iemand anders kan dragen.
Misschien is dat opnieuw dat beeld van het licht in het raam.
Niet als iets uit het verleden.
Maar als iets van nu.
Iets wat wij zelf kunnen zijn voor een ander.
De mensen die wij vanavond herdenken, kunnen ons niet meer rechtstreeks vertellen wat zij zagen en meemaakten.
Maar ze laten ons iets na.
Niet alleen herinneringen aan verdriet en verlies.
Maar ook de opdracht om te blijven begrijpen.
Om te blijven kijken naar hoe uitsluiting begint.
Om alert te blijven op woorden die mensen uit elkaar trekken.
En om niet te wachten tot het te laat is om iets te doen.
Dat vraagt geen grote gebaren.
Maar wel aandacht.
En moed.
Vanavond herdenken wij.
In stilte.
Maar we dragen ook iets mee naar morgen.
Dat vrijheid niet vanzelf blijft bestaan.
Dat ze gevoed moet worden.
Door mensen.
Door keuzes.
Door kleine daden van menselijkheid.
Laten wij daarom proberen dat licht niet te laten doven.
Het licht in het raam dat zegt: je bent niet alleen.
Ik zie je.
Ik laat je niet in de kou staan.
En laten wij, hier en nu, in onze eigen tijd en onze eigen gemeenschap, die moed vasthouden.
Zodat vrijheid ook voor de generaties na ons betekenis blijft houden.










